maandag 25 juli 2016

BoekWorc over Afrikaanse filosofie van verzoening

Op dinsdag 6 september bespreekt BoekWorc :

Ubuntu en Nelson Mandela - Afrikaanse filosofie van verzoening
Auteur: Henk Haenen
Uitgeverij Damon, 2016

Contact en aanmelden: Karel van Hoestenberghe

Details:  Uitgeverij Damon

dinsdag 17 mei 2016

Discussie met de auteur van 'Heineken in Afrika'


Op 20 april 2016 presenteerde Olivier van Beemen bij boekhandel Van Pampus in Amsterdam zijn boek 'Heineken in Afrika'. Hij vertelde over zijn onderzoek en de achtergronden van zijn bevindingen.

Heineken, de Nederlandse bierbrouwer, heeft zich sinds de vorige eeuw in meer dan 20 landen in Afrika gevestigd en bestuurt direct of in partnerschap een vijftigtal brouwerijen op dat continent. Van Beemen kreeg het idee voor dit boek toen hij in Tunesië verslag deed van de Jasmijnrevolutie in 2011. Hij ontdekte daar bij toeval dat Heineken zich had verbonden aan de clan van de machthebbers, om zo hopelijk snel tot de markt te kunnen toetreden.

Hoge winst op bier in Afrika
Sinds de jaren vijftig was de bieromzet in Afrika goed voor een kwart van de totale bierproductie en twintig procent van de wereldwijde winst van Heineken. De winst op bier ligt in Afrika ongeveer 50% hoger dan in de rest van de wereld. Dat is mogelijk omdat er ten eerste weinig concurrentie in Afrika is. De top-drie brouwers in Afrika hebben 93 procent van de markt. Zij kunnen zo gemakkelijk prijsafspraken maken. Verder zijn de personeelskosten natuurlijk lager in Afrika en worden er ter besparing ook steeds meer banen uitbesteed. Ook worden grondstoffen vaak betrokken van externe dochterondernemingen, die hoge prijzen rekenen. Zodoende zijn de winstmarges in Afrika veel hoger dan in Europa. De officiële reclamecode van het bedrijf wordt in Afrika regelmatig overschreden, waardoor hogere omzet behaald kan worden.

MVO via de Heineken Africa Foundation
Maatschappelijk verantwoord ondernemen is ook voor Heineken een essentieel deel van de onderneming. Bedrijven kunnen iets goeds doen door het uitoefenen van hun economische activiteiten en er is geen subsidie nodig om iets tot stand te brengen wat aansluit bij de markt. Echter, veel bedrijven willen meer: iets terug doen voor de bevolking en de aarde, tevens ter (mede)rechtvaardiging van hun activiteiten. De bijbehorende term is 'From Aid to Trade'. Heineken zelf zou deze nevenactiviteiten niet fundamenteel vinden: Je zou de grens tussen de onderneming en een ontwikkelingsorganisatie kunnen overschrijden. Toch hebben zij in 2007 de 'Heineken Africa Foundation' opgericht, die juist dat soort projectjes uitvoert die de hulpsector jarenlang heeft verricht.

Na de boekpresentatie door de auteur werd er levendig gediscussieerd aan de hand van de volgende drie stellingen:

Stelling 1 : Investeringen van Nederlandse bedrijven in Afrika zijn belangrijk voor Afrika en voor die bedrijven (werk, inkomen, groei).

Volgens Heineken leveren hun bedrijven een positieve bijdrage aan Afrika. Dit werd door de auteur anders ervaren. Hij noemde een aantal redenen: Veel van de grondstoffen voor de bierproductie worden uit het buitenland betrokken, vaak bij externe dochterondernemingen van Heineken die daardoor veel winst maken. Het zou i.v.m. belastingheffing en werkgelegenheid beter voor de landen zijn deze zo veel mogelijk lokaal aan te schaffen.

Positief effect op de economie is dat er een hoeveelheid banen wordt gecreëerd en een bepaalde continuïteit die de onderneming verschaft. Hier tegenover staat dat de brouwer vrij recent een aantal lokale bedrijven in Ethiopië heeft opgekocht en gesaneerd. Het productieproces werd vernieuwd en geoptimaliseerd. Hierbij gingen ± 800 arbeidsplaatsen verloren. Het is niet duidelijk of Heinekens activiteiten leiden tot een grotere bedrijvigheid door andere bedrijven. Als dit al zo is, dan is dit vrij kleinschalig.

De pensioenvoorzieningen en opleidingskansen, die Heineken aan zijn vaste medewerkers biedt, geven hen wèl de kans om een eigen onderneming op te zetten, wat goed is voor de economie in het algemeen. Ook biedt de brouwer medische verzorging (o.a. voorziening van HIV/Aidsremmers) aan het vaste personeel; maar dit geldt niet voor interim- of uitzendkrachten behoudens in geval van ongelukken.

Men kan stellen dat de negatieve gevolgen van de consumptie van grote hoeveelheden alcohol de landen meer kost dan het opbrengt, zij het indirect en moeilijk te meten. In Afrikaanse landen worden dit soort economische onderzoeken weinig of niet onafhankelijk uitgevoerd en als er al gegevens beschikbaar zijn, dan worden die geleverd door de ondernemingen zelf, met daaraan natuurlijk hun eigen tintje.

Heineken betaalt onvermijdelijk veel accijns aan de overheden in de verschillende landen, wat bijdraagt aan de economie. Een onoverkomelijk minpunt hierbij is, dat het die overheden natuurlijk vrij staat met dit geld te doen wat zij willen b.v. het kopen van wapens en/of financieren van politie/leger, wat soms kan leiden tot schendingen van de mensenrechten.

Vaak zijn plaatselijke overheidsdienaren aandeelhouders in Heineken’s lokale bedrijven, waardoor Heineken een invloed kan doen gelden bij de politiek, en andersom heeft de politiek invloed in de bedrijven.

Stelling 2 : Bij de investeringen van Nederlandse bedrijven in Afrika zouden specifieke beleidsmaatregelen en kosten nodig zijn die te maken hebben met de zwakke omgeving. Daarbij kunnen NGO’s een rol spelen.

Er wordt binnen het huidige Nederlandse ontwikkelingsbeleid aangedrongen op meer handel, en dus meer inzet van het bedrijfsleven, als aanjager van ontwikkeling. In principe sluit een bedrijf aan op de bestaande markt. NGO’s kunnen een waakhondfunctie hebben en aan de bel trekken als een bedrijf over de schreef gaat.

Er wordt een voorbeeld gegeven waarbij er gestreefd wordt naar samenwerking tussen lokale boeren en de brouwer. Dit is een aardig idee. Het zou een stabiele afzetmarkt voor lokale landbouwproducten kunnen geven. NGO’s kunnen hun ervaring met boeren ten dienste gaan stellen van dit samenwerkingsproces, bijvoorbeeld om boeren te helpen lokale ingrediënten te verbouwen. Echter, dit heeft ook zijn risico’s. De brouwer is leidend in deze samenwerking. Het commercieel belang en beleid staan altijd op de eerste plaats. Als elders de grondstoffen toch goedkoper blijken te zijn, dan schromen zij niet om de boeren te laten vallen. Ook de NGO’s zullen dan hun geloofwaardigheid verliezen.

De lobbykracht van een bedrijf als Heineken is groot, zelfs in Nederland. Vergunningen zijn nodig, belastingen worden betaald, wat zeker in Afrika activiteiten achter de schermen zal doen plaats hebben, die misschien niet allemaal door de beugel kunnen.

Stelling 3 : Nederlandse bedrijven moeten niet alleen legaal opereren maar ook ethisch verantwoord handelen.

Dat Nederlandse ondernemingen legaal moeten opereren en hun beleid ethisch verantwoord moet zijn spreekt voor zich. Uitbuiting moet worden vermeden. Dat neemt niet weg dat Afrikaanse overheden hun zaken ook op orde moeten hebben.

Door het uitbesteden van werk kunnen externe bedrijven die een deel van de taken binnen de brouwerijen te doen hebben gekregen, de mogelijkheid hebben tot uitbuiting. Hier zouden Nederlandse bedrijven kunnen verbeteren, ook al zou dit voor een deel ten koste gaan van de winst.

Heineken krijgt daarom ook een goede raad van de aanwezigen mee: Om een duurzaam personeelsbeleid te voeren zou het voor de onderneming raadzaam zijn personeel in vaste dienst te hebben en minder extern personeel via bureaus te gebruiken.

Er wordt gezegd dat ethisch ondernemen zich dient af te spelen op de bedrijfsvloer, zonder zich te bemoeien met overheidszaken. Er wordt een voorbeeld gegeven waarbij het bedrijf zich richt op taken die eigenlijk “des overheids” zijn, zoals voorlichting over de nadelige effecten van alcoholgebruik op de samenleving. Dit is een moeilijke spagaat voor het bedrijfsleven. Commerciële interesses en belangen kunnen een onder- of zelf boventoon spelen.

Conclusie
Hierboven werd al aangegeven dat economisch onderzoek en statistieken in Afrika meestal zwak zijn. De gegevens die wel bestaan komen vaak van de bedrijven zelf, die er geen belang bij hebben zichzelf in een slecht daglicht te plaatsen.
Als algemene conclusie van de auteur en van de discussie in de zaal komt naar voren dat het duidelijk is dat de onderneming in zekere mate bijdraagt aan de economische ontwikkeling van Afrika. Echter het succes van de bierindustrie staat netto gezien de ontwikkeling van Afrika in de weg.

verslag: Gerrit van de Klashorst, Margo Kooijman en Karel van Hoestenberghe, BoekWorc

woensdag 23 maart 2016

Hoe doen ze dat? - Belasting-ontwijking door multinationals in Afrika


Boekworc besprak van 3 artikelen over Belasting-ontwijking:
  • "Tax us if you can" (Tax Justice Network TJN)
  • "Illicit financial flows from Africa: hidden resources for development" (Global Financial Integrity, GFI) 
  • "Business among friends" (Oxfam)

Reden voor keuze van deze artikelen
Tijdens vorige bijeenkomst is het recente boek van Olivier van Beemen ‘’Heineken in Afrika’’ besproken. Heineken maakt daarbij gebruik van “internal mispricing” om zodoende quasi-legaal belasting te ontduiken en winsten naar bepaalde landen te sluizen. Daaruit vloeide de behoefte voort om nader kennis te nemen van de praktijken van belastingontwijking door multinationals en anderen.

Inhoudelijke discussie

Het artikel van Tax Justice Network (TJN) geeft vooral een uitleg over wat onder belasting verstaan wordt, dat belasting nodig is om publieke voorzieningen te financieren en hoe de belastingwereld georganiseerd is rond een beperkt aantal (4) grote accountancy bureaus. Deze bureaus beschikken over de exclusieve kennis en netwerken betreffende de verschillende belasting systemen in de afzonderlijke landen. Dat verschaft deze 4 bureaus een bijzonder sterke positie. Een positie waartegen vooral ontwikkelingslanden niet op kunnen.

Dit leidt tot een kapitaalvlucht naar de ± 70 belastingparadijzen die er mondiaal bestaan, hetgeen een bedrag oplevert van tussen de US$ 21.000 en 32.000 miljard. Als dit bedrag belast zou worden, zou dit jaarlijks gemiddeld zo´n US$ 235 miljard opleveren. Het bestaan van deze belastingparadijzen maken het mogelijk dat:
  • vermogensbezitters en beheerders ontlopen hun belastingverplichtingen
  • multinationale bedrijven worden bevoordeeld boven lokale bedrijven
  • onwettige activiteiten worden verhuld
  • de internationale financiële structuur wordt gedestabiliseerd
Zo wordt er verondersteld dat zo’n 600.000 belasting ambtenaren alleen al in Afrika extra nodig zouden zijn om over voldoende countervailing power te beschikken om deze praktijken tegen te gaan.

Een belangrijke factor in het belasting-onrecht is de z.g. belastingconcurrentie. Om buitenlands kapitaal aan te trekken overbieden landen elkaar met lage winstbelastingen, belastingvakanties etc., vaak zelfs op advies van de internationale financiële instituties. Dit leidt tot een benedenwaartse spiraal (race to the bottom).

Het artikel ‘’Business among friends’’ gaat over de mogelijkheden die multinationals benutten om belasting op een niet-illegale manier te ontwijken (schatting $104 miljard per jaar) en over de belastingvrijstelling die uit belastingconcurrentie overwegingen onderhandeld wordt met de overheid, voordat er sprake is van investeringen (schatting 138 miljard per jaar). In totaal dus 242 miljard per jaar die niet betaald hoeft te worden en terugvloeit naar de moederbedrijven. De OECD en de EU ondernemen nu acties om deze als ethisch onacceptabel en de integriteit van belasting innen ondermijnende praktijken aan te pakken: het Action Plan on Base Erosion and Profit Shifting (BEPS). Echter, hierbij zitten ontwikkelingslanden niet aan tafel, zijn geen partij. Het is dus denkbaar dat er afspraken gemaakt worden waarbij deze praktijken worden teruggedrongen, maar dat deze afspraken slechts gelden voor de rijke landen. Daarmee zou deze praktijk in ontwikkelingslanden niet worden teruggedrongen.

In het artikel van de Global Financial Integrity (GFI) ‘’Illicit financial flows from Africa’’ is de invalshoek de onwettige financiële transacties vanuit Afrikaanse landen naar het buitenland. Om deze transacties te kunnen berekenen heeft GFI gebruik gemaakt van modellen die het FMI en de Wereldbank ook gebruiken. Dat geeft een hoge mate van integriteit van de schattingen, nodig om eventuele controverses voor te zijn. Het GFI heeft berekend dat er sinds 1970 in totaal zo’n $ 854 miljard onwettig Afrika is uitgestroomd. Dit bedrag is drie keer zo hoog als de totaal uitstaande leningen van Afrikaanse landen. Maar een voorzichtige schatting voor de periode 2000-2008 komt erop neer, dat er rond de $50 miljard per jaar het continent verlaat. Daarmee stroomt er jaarlijks netto geld van Afrika naar de rest van de wereld. GFI concludeert uit deze cijfers dat het dan ook niet verwonderlijk is dat Afrika nog steeds arm is. Bij deze berekeningen zijn niet inbegrepen de bedragen die gemoeid zijn met criminaliteit, diamant smokkel en dergelijke.

De leden van Boekworc komen tot een aantal constateringen:
  1. De bedragen die via ontwikkelingssamenwerking worden besteed, zijn vergeleken met deze bedragen ondergeschikt. Waar zijn we mee bezig?
  2. Coherentie van beleid zou ook hier betekenen dat er iets aan gedaan wordt, dat ontwikkelingslanden ook bij de OECD en EU aan tafel zitten, een volwaardige gesprekspartner zijn. Edoch, deze landen hebben die capaciteit vaak niet.
  3. De belasting ontwijking en belasting voordelen voor multinationals versterken o.a via belastingconcurrentie van ontwikkelingslanden een race-to-the-bottom in een globaliserende wereld.
  4. Er is een grote schemerzone waar weinig toezicht op is, zoals internal mispricing. Op die wijze kan veel geld een land verlaten.
  5. De multinationals betalen gemiddeld 5% aan belasting, terwijl de lokale bedrijven gemiddeld 30% aan belasting betalen. Deze onevenwichtigheid geeft multinationals een grote voorsprong op het lokale bedrijfsleven. Een aangescherpte corporate governance van multinationals zou ernaar kunnen streven om intern deze onrechtvaardige relaties te voorkomen.
  6. Nederland zou een Masters opleiding op het gebied van Fiscaliteit kunnen oprichten, om zodoende de capaciteit en kennis te vergroten in ontwikkelingslanden. De aldus opgeleide trainers zouden lokale inspectiediensten kwalitatief en kwantitatief kunnen versterken.
  7. Universiteiten en Hogescholen in ontwikkelingslanden zouden geholpen kunnen worden om in hun curriculum een component fiscaliteit op te nemen en meer onderzoek te doen.
Wat te doen?
De leden vroegen zich af wat er nodig is om een en ander in beweging te krijgen. Heineken bijv. lijkt niet van zins om zijn praktijken in Afrika aan te passen, lijkt niet van plan om te reageren op het boek Heineken in Afrika. Gezien de comfortabele, om niet te zeggen arrogante positie van veel multinationals lijkt doorgaan met shaming and blaming nu het meest op zijn plaats. Zo is het ook gegaan met de tabaksindustrie, en de rookverboden. In een later stadium zou er gezamenlijk naar een werkbare oplossing gezocht kunnen worden. Het zal echter een titanenarbeid worden, want de bier-sector is er maar één uit velen, en bijv. de mijnbouw lijkt bijzonder hardleers. Voorlopig bewegen de multinationals (nog) niet.

Amsterdam, 14 maart 2016
Vereniging NEDWORC | Boekworc
Deelnemers: Margo Kooijman (moderator), Eric van der Sleen, Karel van Hoestenberghe, Gabrielle Athmer, Gerrit van de Klashorst en Paul Hassing (verslag).

maandag 29 februari 2016

Capital flight from Africa and the tax-evasion industry

BoekWorc is preparing a discussion on illicit financial flows from Africa, based on three papers:
  • “Business among friends”, an Oxfam paper published in 2014, argues for implementation and improvements of the OECD action plan on base erosion and profit sharing. Kofi Annan said in 2013 :”Africa loses twice as much money through tax loopholes as it gets from donors”. The paper indicates how money flows out through transfer pricing in Bangladesh and Peru. It shows the effect of the VAT exemption in Niger. It states that “The interminable pursuit of short-term profit maximization through corporate tax dodging is now an integral component of companies’ growth and profit strategies. Although such practices are highly questionable from an ethical standpoint, they are often not illegal”.  
  • “Illicit financial flows from Africa”, a paper by the Global Financial Integrity group, estimates the huge burden of illicit earned money, stolen assets, trade misinvoicing and drug money that leaves Africa. Similar findings are published in the book “Capital flight from Africa” by Ajayi and Ndikumana (Oxford, 2015). Strategies to address the problem of capital flight are included. 
  • “Tax us if you can” by the Tax Justice Network discusses the activities of the tax avoidance industry. It analyses the behaviour of tax administrations and the behaviour of the main players in the tax avoidance game: lawyers, accountants, secrecy jurisdictions, banks. Management fees are discussed. The behaviour of SAB Miller, the multinational brewer, is especially analysed. The paper pleads for tax assistance to very poor countries. 
 Blogpost by Karel van Hoestenberghe

Kapitaalvlucht uit Afrika en de belasting-ontwijking industrie

Boekworc analyseert de kapitaalvlucht uit Afrika en de tactische aanpak van wat genoemd wordt de 'belasting-ontwijking industrie'. Aan de hand van drie papers, als follow-up van de discussie over het boek 'Heineken in Afrika':
  •  'Business among friends', een paper van Oxfam, legt uit hoe winst maximalisatie op korte termijn de multinationale ondernemingen drijft in de richting van BTW vrijstellingen (in Niger), onrechtmatige transfer prijzen (in Peru en Bangladesh) en andere fiscale praktijken.
  • 'Illicit flows from Africa', een paper van de Global Financial Integrity Group, legt uit hoe Afrikaanse landen massaal veel geld verliezen door onbekwame of corrupte administraties, tweemaal zoveel als het totaal bedrag aan donorgeld dat in hun richting gaat.
  • 'Tax us if you can', een paper van Tax Justice Network, gaat dieper in op het gedrag van twee partijen. Aan de ene kant de juristen, fiscalisten en banken die werken voor de multinationals, aan de andere kant de ambtenaren in de belasting administraties. Deze paper pleit onder meer voor accurate hulp op gebied van belasting administratie aan zeer arme landen.
Contact: Margo Kooijman

Blogpost door Karel van Hoestenberghe

Heineken in Afrika - boekbespreking met auteur Olivier van Beemen

'Heineken in Afrika' is een boek dat uitnodigt tot veel discussie en analyse over de rol van het bedrijfsleven. Auteur Olivier van Beemen komt op 20 april naar Boekhandel van Pampus in Amsterdam voor een boekbespreking.

De BoekWorc groep startte de discussie onlangs in eigen kring en is uitgenodigd bij deze boekbespreking, het wordt een interessante avond.

Boekbespreking 'Heineken in Afrika' met auteur Olivier van Beemen
  • locatie: Boekhandel van Pampus, KNSM-laan 303 in Amsterdam
  • datum: woensdag 20 april 2016
  • aanvang: 20:00 uur
  • entree: 5 euro, incl eerste drankje
Voor details en aanmelden via BoekWorc: contact Margo Kooijman

donderdag 4 februari 2016

Heineken in Afrika - enkele kanttekeningen

Blogpost door Karel van Hoestenberghe 

Het gedrag van Heineken in Afrika is een mooi voorbeeld van neoliberalisme in actie. De logica van het neoliberalisme wil dat managers van Heineken op alle niveaus de aandeelhouders in het oog houden, winst genereren, het aandeel Heineken op de kapitaalmarkt omhoog stuwen. Daarvoor is slim, gewiekst, handig en moedig optreden steeds weer en overal noodzakelijk.

Er wordt daardoor veel winst gemaakt. Terwijl winst geprivatiseerd blijft binnen de kring van eigenaars kunnen een aantal kosten buiten de deur blijven, bij de gemeenschap. Alles hangt af van lokale omstandigheden. Er kan des te meer winst gemaakt worden naar mate de lokale bestuurlijke omgeving zwak en onbetrouwbaar is en om allerlei redenen die kosten niet aan het bedrijf kan of wil aanrekenen.

Wanneer als gevolg daarvan blijkt dat de winsten voor eigenaars, aandeelhouders, bestuurders en personeel enorm groeien voelt de bedrijfsleiding zich verplicht om iets te doen aan die sociale kost. Gezien de onbetrouwbare en onstabiele omgeving gaat de bedrijfsleiding op eigen houtje, naar eigen inzicht, op zoek naar sociale actie. Soms met medewerking van ontwikkelingsorganisaties, waarom niet eigenlijk.

Sociaal ondernemerschap
Lokale boeren krijgen kansen. De lokale gezondheidszorg wordt op kosten van Heineken aangepakt. Sociaal ondernemerschap! Als er ter plaatse geen sterke overheid is die paal en perk stelt aan de kansen om overdreven winst te realiseren en nauwelijks eisen stelt die lokale ontwikkeling ten goed komen, ja, wat kan Heineken anders doen dan precies dat wat ze doen: zorg dragen voor de armsten en voor de zieken?

Heineken wordt daarom als voorbeeld gesteld door Nederlandse beleidsmakers. Dit voorbeeld past in het huidige discours dat stelt dat Afrikaanse overheden, meestal corrupt tot zeer corrupt, niet doen wat ze moeten doen. Niettegenstaande of omwille van die zeer zwakke omgeving is er grote nood aan handel, aan investeringen, en aan ontwikkelingsgelden. Die beleidsinstrumenten kunnen bijgevolg ook best samen worden onder gebracht in één beleid ten aanzien van Afrika. Met Heineken als goed voorbeeld.

Verantwoordelijkheid, bedrijfsvoering en de tegenkrachten
En dan komt die journalist, Olivier van Beemen, roet in het eten gooien. Hij haalt een aantal voorbeelden aan van bedrijfsvoering waarbij de lokale ontwikkeling gefnuikt wordt of gewoon niet van tel is. Aankopen worden verplicht gedaan in België aan een te hoge prijs. Afvalwaterzuivering? Ja dat hoort er bij maar ach dat kan wachten. Genocide of geen genocide, het bier wordt gebrouwd. Eens het bier vertrekt uit de brouwerij is Heineken niet meer verantwoordelijk, maar de tussenverkoop met de uiteindelijke consument, ja, daar valt mee te verdienen, dus daar doen we wat aan.

Heineken beschikt duidelijk over knappe brouwers-managers en ook over veel zeer goed betaalde juristen, fiscalisten en accountants. Die zijn zo handig dat Heineken kan stellen dat de onderneming niets doet tegen de wet. Maar of wat gebeurt ook rechtvaardig is, dat is een ander verhaal. Zeker is dat de lokale overheden, ministeries, gouverneurs en belastingcontroleurs, niet goed betaald en vaak ook niet goed opgeleid, geen weerstand van formaat bieden. Daar nijpt uiteindelijk het schoentje het meest. De strijd is ongelijk. Elke tegenkracht wordt snel omver gespeeld. Het is telkens weer Ajax tegen een clubje uit een Limburgs dorpje.

Dat brengt de discussie terug bij het neoliberale maatschappelijke paradigma. De sterke, slimme, goed opgeleide Heineken managers doen alles voor hun bedrijf, prima. Lokale, goed opgeleide tegenspelers zijn meestal nauwelijks in staat om sociale vooruitgang af te dwingen voor hun gemeenschap, jammer. Dan maar minder lokale belastinginkomsten, minder bedrijfsveiligheid. Die logica met bijgaande ongelijke machtsverhouding wordt bijgesteld door sociaal verantwoordelijke bestedingen door Heineken.

Naar een meer rechtvaardige aanpak
Wat kunnen wij, consultants, Nedworcers doen? Fundamenteel iets veranderen blijft lastig zolang het neoliberale paradigma de boventoon heeft. Maar er valt beslist hoe dan ook heel wat te verbeteren. Misschien is er een win-win situatie te bedenken die de beurswaarde van Heineken intact laat en toch veranderingen aanbrengt in hun zakelijk optreden in Afrika. Daarom enkele suggesties.

Een eerste suggestie is om met de auteur rechtstreeks in gesprek te gaan, hem te steunen, een podium te geven. Dat is iets voor Boekworc en zoiets is in de maak. Wij kunnen samen met hem en al wie dat wil de mogelijkheden onderzoeken van een meer rechtvaardige aanpak van het Nederlandse bedrijfsleven in Afrika.

Ten tweede. Er kan wel wat veranderen op het vlak van “corporate governance” aan de top van het Heineken concern. Corporate governance of goed ondernemingsbestuur gaat een stap verder dan het respecteren van wetten en reglementen. Het is niet hetzelfde als sociaal verantwoordelijk ondernemerschap. Het is meer naar binnen gericht, naar de relaties met personeel, klanten, leveranciers en overheden.

En tenslotte en vooral: Wij zijn consultants in ontwikkelings-vraagstukken. Laten wij met onze Afrikaanse collega ’s en partners en vrienden zoveel mogelijk werken aan acties voor sterkere lokale en regionale wetgeving inzake concurrentie, fiscaliteit en ondernemerschap. Uiteindelijk moet de tegenkracht van daar komen.

Karel van Hoestenbergh, 4 februari 2016